FAQ - definities
Veel gestelde vragen (FAQ)
Wie kan optreden als werkgever?
Is de juridische vorm van de samenwerking belangrijk?
Hoeveel GMD’s moeten de huisartsen van de groepering beheren?
Welke vorm van tewerkstelling komt in aanmerking?
Zijn er minimum-normen voorzien voor de opleiding van de bediende?
Zijn er voorwaarden betreffende de loonschaal van de bediende?
Hoeveel bedraagt de tussenkomst?
Wat verstaat men onder "werkelijke" globale loonkost?
Wat is de tussenkomst indien de bediende het volledige jaar niet heeft gewerkt?
Kunnen grote groeperingen zich splitsen om meer dan één tussenkomst aan te vragen?
Wat is het fiscaal statuut van de tussenkomst?
Hoe wordt de tussenkomst aangevraagd?
Hoe wordt het systeem Impulseo II opgevolgd?
-------------------
1. Wie kan optreden als werkgever?
Elke nieuwe of reeds bestaande groepering waarvan minstens 2 erkende huisartsen deel uitmaken kan optreden als werkgever
De groepering kan :
- hetzij eenzelfde installatieplaats hebben,
- hetzij verschillende installatieplaatsen binnen dezelfde huisartsenzone of in twee aan elkaar grenzende huisartsenzones hebben.
Zowel groepspraktijken als netwerken van huisartsen kunnen derhalve optreden als werkgever.
De groepering moet natuurlijk wel beantwoorden aan de specifieke voorwaarden van het Koninklijk Besluit van 12 augustus 2008.
Sluiten van een samenwerkingsakkoord:
De artsen moeten een schriftelijk samenwerkingsakkoord hebben gesloten dat de volgende aangelegenheden moet regelen:
- de manier waarop het bedrag van de tussenkomst wordt verdeeld;
- de modaliteiten voor intern overleg tussen alle deelnemende huisartsen: dit overleg vindt op regelmatige en gestructureerde basis plaats om een interne evaluatie van de medische kwaliteit mogelijk te maken;
- de modaliteiten voor het raadplegen van de medische dossiers, in het bijzonder de globaal medische dossiers, rekening houdend met de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
- de regels volgens dewelke beslissingen worden genomen;
- de regels volgens dewelke het samenwerkingsakkoord kan worden beëindigd.
Mededeling aan patiënten:
De huisartsen die samenwerken in een groepering delen de namen en de installatieplaatsen van de samenwerkende huisartsen mee aan hun patiënten, samen met de modaliteiten voor hun toestemming voor het raadplegen van hun medisch dossier, in overeenstemming met de wetgeving op de rechten van de patiënt. De finaliteit van de raadpleging van de medische dossiers ligt in de zorgverlening aan de patiënt. De deontologie schrijft voor dat de groeperingen de regeling van deze aangelegenheid voorleggen aan de Orde van geneesheren.
Gebruik van een gelabeld elektronisch medisch dossier:
De artsen moeten gebruik maken van een gelabeld elektronisch medisch dossier (EMDMI). Het is niet vereist dat alle artsen van de groepering dezelfde EMDMI-software zouden gebruiken. Vanaf een door de Koning te bepalen datum zullen ze het EMDMI moeten gebruiken om toegang te hebben tot de bijgewerkte essentiële gegevens van elkaars GMD’s.
2. Is de juridische vorm van de samenwerking belangrijk?
De juridische vorm van de samenwerking is geen criterium om de groepering te kwalificeren als werkgever: het kan gaan om een feitelijke associatie of om een rechtspersoon.
Indien alle artsen van de groepering de arbeidsovereenkomst ondertekenen kunnen ze allen hoofdelijk aangesproken worden voor de verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. Ze zijn tevens hoofdelijk aansprakelijk bij eventuele aansprakelijkheidskwesties. De artsen die een verzekeringscontract voor hun beroepsaansprakelijkheid hebben gesloten, zijn verzekerd voor hun bedienden.
Indien een einde wordt gesteld aan het samenwerkingsakkoord tussen de huisartsen of indien een einde wordt gesteld aan de arbeidsovereenkomst met de bediende, treedt een pro rata –regeling in werking voor de bepaling van het bedrag van de tussenkomst (zie vraag 10).
3. Hoeveel GMD’s moeten de huisartsen van de groepering beheren?
Van belang is dat voor het bepalen van het recht op de tussenkomst voor een bepaald jaar n (bijvoorbeeld 2009) rekening gehouden wordt met het aantal beheerde GMD’s in het jaar daarvoor, dus in het jaar n-1 ( in hetzelfde voorbeeld dus 2008).
De basisregeling maakt een onderscheid:
- groeperingen met minstens 3 erkende huisartsen moeten samen minstens 1000 GMD’s beheren;
- groeperingen met minstens 2 erkende huisartsen moeten samen minstens 500 GMD’s beheren.
Overgangsperiode voor 2007 en 2008:
De vermelde aantallen zijn evenwel slechts van toepassing vanaf 2009 en worden met 20% verminderd voor 2007 en 2008.
Recentelijk erkende huisartsen:
Voor groeperingen die uitsluitend bestaan uit recent erkende huisartsen zijn de voorwaarden soepeler: vermindering van het minimum aantal GMD’s met 50% of gebruik van een gelabeld elektronisch medisch dossier (zie tabellen hieronder).
De regelgeving vereist duidelijk dat het minimum aantal te beheren dossiers berekend wordt voor alle huisartsen samen en gaat ervan uit dat elk van de huisartsen van de groepering GMD’s beheert. Indien bij de behandeling van de eerste aanvraag van een groepering zou blijken dat één van de huisartsen in de groepering geen enkel GMD beheert, dan wordt de tussenkomst voor het eerste jaar toch nog toegekend. Indien bij het behandelen van de tweede aanvraag van dezelfde groepering dezelfde situatie zich nog steeds voordoet, wordt de tussenkomst niet meer toegekend.
In de volgende tabellen gaan voor de tewerkstellingsjaren 2007 tot en met 2010 het minimumaantal te beheren GMD’s in functie van het erkenningsjaar van de huisartsen en dat voor groeperingen met respectievelijk 2 huisartsen (tabel 1) of minstens 3 huisartsen (tabel 2).
Tabel 1: groepering met 2 erkende huisartsen

Tabel 2: groepering met minstens 3 erkende huisartsen

(*) Geen minimum aantal GMD’s vereist maar alle erkende huisartsen van de groepering moeten wel een gelabeld elektronisch medisch dossier (EMD) gebruiken.
4. Welke vorm van tewerkstelling komt in aanmerking?
Impulseo II heeft alleen betrekking op loonkosten die verschuldigd zijn in het kader van een arbeidsovereenkomst.
Het gaat over contracten van onbepaalde en bepaalde duur, tijdelijke, interim-contracten, vervangingscontracten, jeugdcontracten,…
De arbeidsovereenkomst moet een beschrijving bevatten van de taken van de bediende die te maken heeft met het onthaal en het praktijkbeheer.
De echtgeno(o)t(e) van één van de huisartsen van de groepering kan werknemer zijn van de groepering, indien alle huisartsen van de groepering (inclusief de huisarts-echtgeno(o)t(e)) de arbeidsovereenkomst hebben ondertekend.
Impulseo II komt tussen in de loonkosten van:
-
de bediende
-
die in de loop van hetzelfde kalenderjaar bij meer dan één groepering is tewerkgesteld
-
die bij meer dan één groepering werkt
-
-
meer dan één persoon door een groepering tewerkgesteld in de loop van hetzelfde kalenderjaar
Let op: Telesecretariaat is uitgesloten!
5. Zijn er minimum-normen voorzien voor de opleiding van de bediende?
Neen. De regeling zoals ze nu van kracht is bevat geen minimum-normen voor de opleiding van de bediende. In een latere fase zouden dergelijke normen voor toekomstig aan te werven personeel wel kunnen ingebouwd worden.
De regelgeving vereist wel dat de arbeidsovereenkomst een beschrijving omvat van de taken van de werknemer die te maken hebben met het onthaal en het praktijkbeheer.
6. Zijn er voorwaarden betreffende de loonschaal van de bediende?
Ja. Voor de periode vanaf 1 januari 2007 moet de arbeidsovereenkomst een maandloon garanderen dat tenminste in overeenstemming is met de loonschaal voor categorie 4 (bedienden administratief personeel) van het paritair comité 305.02 . De loonschalen van dit paritair comité blijven van toepassing tot het nieuwe paritair comité 330 dat het comité 305.02 zal vervangen, zijn werkingsmodaliteiten heeft geregeld.
Dat wil zeggen dat voor een voltijdse werknemer het brutomaandloon niet lager mag zijn dan dit maandloon voor de overeenstemmende leeftijd van de werknemer. Onder voltijds wordt de in de arbeidsovereenkomst bedongen wekelijkse arbeidstijd verstaan die overeenkomt met de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgelegde arbeidstijd.
Vanzelfsprekend moet de tewerkstelling verder voldoen aan alle wettelijke voorwaarden. Specifieke regels bestaan voor deeltijdse tewerkstelling. Zo mag de tewerkstellingsduur in hoofde van de werknemer niet minder bedragen dan 1/3 van die van de werknemers van dezelfde categorie die voltijds werken. Meer praktische details over deeltijdse arbeid vindt men in de brochure “Wegwijs in … de deeltijdse arbeid” op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.
7. Hoeveel bedraagt de tussenkomst?
Het bedrag van de tussenkomst is gelijk aan de helft van de werkelijke globale loonkost, met een maximum van:
-
€ 16.500 per jaar indien het samenwerkingsakkoord minstens 3 erkende huisartsen betreft die tenminste 1000 GMD’s beheren en die minstens een voltijds equivalent tewerkstellen;
-
€ 8.250 EUR per jaar indien het samenwerkingsakkoord minstens 2 erkende huisartsen betreft die minstens 500 GMD’s beheren en minstens de helft van een voltijds equivalent tewerkstellen.
8. Wat verstaat men onder "werkelijke" globale loonkost ?
De tussenkomsten die een groepering van andere overheden ontvangt kunnen een vermindering van de globale loonkost voor een werknemer meebrengen.. De loonkost waarvoor de groepering de Impulseo-tussenkomst vraagt moet de loonkost zijn die ze werkelijk ten laste neemt, dus rekening houdend met deze vermindering.
De groepering moet daarover een verklaring op eer aan zijn aanvraag toevoegen (zie ook het antwoord op FAQ 13).
9. Wat is de tussenkomst indien de bediende het volledige jaar niet heeft gewerkt?
Indien de tewerkstelling zich niet uitstrekt over het volledige kalenderjaar, is de tussenkomst verschuldigd pro rata aan het aantal volledige maanden tewerkstelling.
10. Wat is de tussenkomst indien de samenstelling van de groepering in de loop van het jaar is veranderd?
Indien een groepering gedurende een deel van het jaar voldoet aan de voorwaarden om één van de vermelde jaarbedragen te ontvangen, is de tussenkomst verschuldigd pro rata aan het aantal maanden gedurende de welke aan die voorwaarden is voldaan.
Voorbeeld:
Een groepering bestaat vanaf 1 januari tot en met 31 augustus 2007 uit twee huisartsen, beiden erkend in 2003. Vanaf 1 september 2007 wordt de groepering uitgebreid met een pas erkende huisarts. Hierdoor ontstaat vanaf 1 september 2007 een nieuwe groepering.
Indien in de beide gevallen aan alle voorwaarden is voldaan (inclusief het aantal in 2006 beheerde GMD’s en inclusief de duur van tewerkstelling van de bediende), zal de maximale tussenkomst:
-
8/12 van € 8.250 of € 5.500 voor de groepering zoals ze bestond vanaf 1 januari tot en met 31 augustus 2007 belopen;
-
4/12 van € 16.500 EUR of € 5.500 voor de groepering zoals ze bestond vanaf 1 september tot en met 31 december 2007 belopen.
11. Kunnen grote groeperingen zich splitsen om meer dan één tussenkomst aan te vragen?
Groeperingen waarin een groot aantal huisartsen samenwerken (bijvoorbeeld 6) hebben er geen belang zich te splitsen in bijvoorbeeld twee groeperingen van 3 huisartsen. De berekening van de tussenkomst zal inderdaad gebeuren overeenkomstig de regels besproken onder vraag 10 , doch de tussenkomst zal enkel verleend worden aan de groeperingen waarvan de reële werking in overeenstemming is met de termen van het samenwerkingsakkoord zoals het is besproken onder vraag 1.
12. Wat is het fiscaal statuut van de tussenkomst?
-
De premie is een belastbaar inkomen en moet dus worden aangegeven.
-
De “genieter” van de premie (hetzij de vennootschap, hetzij de huisarts) krijgt een fiscale fiche toegestuurd om de aangifte in te vullen.
-
De aangifte van de tussenkomst gebeurt al naar gelang het geval:
-
a. Door de vennootschap, indien het samenwerkingsverband de vorm van een vennootschap heeft (fiscale fiche verzonden aan de vennootschap)
-
b. Door elke huisarts afzonderlijk. Hierbij zijn er twee mogelijkheden:
-
elke huisarts heeft zijn deel van de tussenkomst rechtstreeks ontvangen en dient dit deel aan te geven (fiscale fiche verzonden aan elke huisarts)
-
de premie is gestort op de groepering (die geen vennootschap is). Na de verrekening geeft elke huisarts zijn deel aan (fiscale fiche wordt verzonden naar de groepering).
-
-
1) Huisartsen die samen een vennootschap vormen
Indien de samenwerking van de artsen onder de vorm van een vennootschap (BVBA, commanditaire vennootschap, enz.) gebeurt, wordt de premie belast in de vennootschap volgens de regels van de vennootschapsbelasting.
Een fiche zal worden opgesteld op naam van de vennootschap.
2) Verschillende huisartsen met elk hun eigen vennootschap of éénmanszaak die er voor opteren om elk hun deel van de premie te ontvangen.
Indien de huisartsen er voor opteren om ieder afzonderlijk, volgens de door hen vermelde verdeelsleutel, de premie te ontvangen zal deze premie worden belast al naargelang de juridische vorm waarin de huisarts werkt. Dit zal de personenbelasting zijn indien de huisarts ten persoonlijke titel werkt en in de vennootschapsbelasting indien de huisarts onder de vorm van een vennootschap werkt.
Een fiche zal worden opgesteld per huisarts (vennootschap of zelfstandige), volgens de vermelde verdeelsleutel.
3) Huisartsen die samen een feitelijke vereniging vormen
Hierbij is er een duurzame en openlijke samenwerking van twee of meer personen en kunnen we spreken van een vennootschap. Echter, aangezien deze vennootschap geen “oprichtingsakte” neerlegt, wordt een dergelijk samenwerkingsverband beheerst door de regels van de maatschap (boek III Wetboek Vennootschappen en Verenigingen, (de maatschap, de tijdelijke handelsvennootschap)) en indien ze een naam voert, door artikel 204 van het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen, zodat de vennoten hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk blijven voor de aangegane verbintenissen.
Op fiscaal vlak wordt dit geregeld door de artikels 29 en 364 Wetboek Inkomstenbelasting 1992. Alle opnemingen van vennoten of leden van het samenwerkingsverband of hun deel in de verliezen worden belast in hoofde van de vennoot of lid. Het deel dat niet wordt verdeeld, wordt geacht aan ieder lid of vennoot te zijn toegekend volgens de bepalingen van het contract of bij gebreke daarvan volgens het hoofdelijk aandeel (in gelijke delen). En dit bij afsluiting van de rekeningen of op 31/12 bij gebreke aan boekhouding.
De tussenkomst van het Impulsfonds voor een groepering (van de helft van de werkelijke loonkost en geplafonneerd) wordt in eerste instantie als inkomsten van het samenwerkingsverband (feitelijke vereniging) aanzien, dat vervolgens contractueel of hoofdelijk wordt verdeeld en belast bij de leden of vennoten.
Een fiscale fiche moet worden opgesteld op naam van het samenwerkingsverband (feitelijke vereniging).
Voorbeeld
Samenwerkingsverband met 3 huisartsen:
Inkomsten

Kosten

Te verdelen winst: 312.000
Belastbaarheid bij hoofdelijke verdeling: 312.000/3 = 104.000 per huisarts
Fiscale fiches
De fiscale fiches zullen naar de genieter (huisarts, feitelijke vereniging, vennootschap) van de premie worden verzonden door het Participatiefonds maar met als schuldenaar het R.I.ZI.V..
13. Hoe wordt de tussenkomst voor Impulseo II aangevraagd?
De aanvraag tot tussenkomst wordt één maal per kalenderjaar door de groepering ingediend bij het Participatiefonds. De aanvraag slaat op de loonkost gemaakt in het voorgaande jaar n (bijvoorbeeld 2008) en wordt ingediend ten laatste op 30 juni van het lopende kalenderjaar n+1 (in hetzelfde voorbeeld dus 2009).
Elke aanvraag moeten worden ingediend met het door het Participatiefonds vastgelegde formulier (zie: www.fonds.org/impulseo2). Het ingevulde formulier moet hen bereiken via de artsensyndicaten of via een van de andere steunpunten waarmee het Participatiefonds samenwerkt (die ook voor Impulseo I dienstverlening verzorgen).
De eerste aanvraag die van een groepering uitgaat bevat:
-
een kopie van het samenwerkingsakkoord;
-
een kopie van de arbeidsovereenkomst;
-
het bedrag van de globale loonkost waarvoor de tussenkomst wordt gevraagd, alsook een verklaring op eer dat het bedrag waarvoor de tussenkomst wordt gevraagd overeenstemt met de werkelijk door de groepering gedragen globale loonkost, in het bijzonder rekening houdend met het bedrag van elke andere tussenkomst van gelijk welke andere overheid die een vermindering van de globale loonkost tot gevolg heeft, samen met de opgave van die andere tussenkomsten;
-
de opsplitsing van de te betalen tussenkomst volgens de verdeelsleutel opgenomen in het samenwerkingsakkoord;
-
het verzoek tot betaling van de tussenkomst volgens de vermelde verdeelsleutel met opgave van de afzonderlijke rekeningnummers of het verzoek tot betaling op een gemeenschappelijk rekeningnummer.
De aanvragen volgend op de eerste aanvraag bevatten:
-
de wijzigingen met betrekking tot de gegevens meegedeeld naar aanleiding van de eerste aanvraag;
-
het bedrag waarvoor de tussenkomst gevraagd wordt;
-
de verklaring op eer betreffende de werkelijk door de groepering gedragen globale loonkost.
De aanvragen worden ondertekend door elke huisarts die deel uitmaakt van de groepering.
Het Participatiefonds bepaalt de modaliteiten volgens dewelke aan de groepering kan gevraagd worden bepaalde bewijzen te leveren.
14. Hoe wordt het systeem Impulseo II opgevolgd?
De diensten van het RIZIV en van het Participatiefonds zullen aan de Nationale commissie geneesheren-ziekenfondsen alle noodzakelijke gegevens overmaken die de commissie moeten toelaten het systeem permanent op te volgen.
